top of page

Technische verpleegkundige handelingen voorbehouden aan verpleegkundigen gespecialiseerd in de perioperatieve zorg

Eindelijk krijgen de verpleegkundigen met de beroepstitel Perioperatieve zorg de erkenning EN de bescherming bij het uitvoeren van hun specifieke taken op het operatiekwartier en de annexe afdelingen.

Het KB verscheen in het staatsblad op 08/03/2024 onder de hoofding:

29 FEBRUARI 2024.—Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juni 1990 houdende vaststelling van de lijst van de technische verpleegkundige verstrekkingen en de lijst van de handelingen die door een arts of een tandarts aan beoefenaars van de verpleegkunde  kunnen worden toevertrouwd, alsmede de wijze van uitvoering van die verstrekkingen en handelingen en de kwalificatievereisten waaraan de beoefenaars van de verpleegkunde moeten voldoen.

Meer specifiek onder het Artikel 1 § 3. en  Artikel 4. Vindt hier de volledige wettekst.

 

In het kort: 

Lijst van de technische verpleegkundige verstrekkingen voorbehouden aan de verpleegkundigen die houder zijn van de bijzondere beroepstitel perioperatieve zorg:

  • B1 = verstrekkingen waarvoor geen voorschrift van de arts nodig is.

    • Gebruik van toestellen voor het bewaken van de cardiovasculaire, respiratoire en neurologische functiestelsels.

    • Beoordeling van de parameters behorende tot de cardiovasculaire, respiratoire en neurologische functiestelsels.

  • B2 = verstrekkingen waarvoor een voorschrift van de arts nodig is.

    • Deelname aan de activiteiten van anesthesie en chirurgie onder toezicht van de arts.

 

Wat houdt dit in?

B1 - Gebruik van toestellen voor het bewaken van de cardiovasculaire, respiratoire en neurologische functiestelsels.

Ter informatie een niet-limitatieve aanduiding van handelingen die hieronder kunnen begrepen worden: aankoppelen van de patiënt aan monitoringtoestellen, opvolgen van parameters/waarden en zo nodig verwittigen van de chirurg/anesthesist.

Dit is analoog aan de bevoegdheden van de verpleegkundigen met BBT I.Z.-Spoed en pediatrie -neonatale in hun respectieve diensten.

De werkwijze en voorzorgen voor correct gebruik moeten in elke dienst beschreven zijn in de procedure.

 

B1 - Beoordeling van de parameters behorende tot de cardiovasculaire, respiratoire en neurologische functiestelsels.

‘Beoordeling’ is het opvolgen van de parameters en onderscheiden wanneer die voor de betrokken patiënt voldoende afwijken om de arts te verwittigen of een voorgeschreven actie uit te voeren ; het gaat niet om medische diagnostiek of klinische interpretatie van de waarden. Dit onderscheid mag verwacht worden van een gespecialiseerd verpleegkundige zonder zich op medisch terrein te begeven.

Ook deze zorg, zoals alle andere verpleegkundige handelingen, wordt beschreven in een procedure van de dienst.

B2 - Deelname aan de activiteiten van anesthesie en chirurgie onder toezicht van de arts.

Hieronder vallen de installatie van de patiënt, hulp bij de inductie en het toezicht tijdens de anesthesie; de voorbereiding, hulp bij de ingreep, instrumenteren en nazorgen van de patiënt bij de heelkundige ingreep.

Assistentie wordt in het K.B. van 18 juni 1990 gedefinieerd als het samen verrichten van handelingen door een arts en verpleegkundige bij een patiënt, waarbij er direct verbaal en visueel contact tussen hen bestaat.

Deelname aan de activiteiten en samenwerken bij handelingen van heelkunde en anesthesie verschilt hiervan doordat het verbaal en visueel contact met de arts niet nodig is. Het is m.a.w. niet vereist dat de arts steeds aanwezig is bij de uitvoering.

Voor de anesthesie houdt "toezicht" niet in dat de arts nooit de zaal mag verlaten maar wel dat geen aanzet gegeven wordt aan simultane anesthesie. Het is aangewezen dat de verantwoordelijke artsen zich baseren op de geldende wetenschappelijke en professionele richtlijnen ter zake voor het opstellen van de procedures.

Voor de heelkunde kan het gaan om deelname aan activiteiten als subcutane infiltratie, cutane en subcutane hechtingen, fixatie van drains, dissecteren, preleveren en voorbereiden van greffen / transplanten, installatie en gebruik van toestellen voor chirurgische interventies (endoscopie, robotchirurgie) enz.… Uiteraard op voorschrift van de arts en volgens de bepalingen van de opgestelde procedure.

N.B.: Wettelijk zijn hierin niet de handelingen begrepen die apart bepaald zijn in de lijst van de verpleegkundige verstrekkingen bijv. gipsen, toezicht op thoraxdrainagesystemen, toezicht op ventrikeldrainage, verwijderen van diep veneuze en arteriële katheters... Zij worden als aparte handeling uitgevoerd onder dezelfde voorwaarden (B2).

Voor verpleegkundigen zonder BBT die werken op de operatiekamer en gerelateerde diensten / functies blijven deze handelingen behouden in het K.B. 1990, maar wel onder vorm van assistentie: "B2 Deelneming aan de assistentie en aan het toezicht tijdens de anesthesie. Voorbereiding, assistentie en instrumenteren bij medische en chirurgische ingrepen."

 

 

Voorwaarden van uitvoering

Deze handelingen zijn algemeen bepaald en bieden een globaal wettelijk kader voor alle operatiekamers in België.

Voor de handelingen met medisch voorschrift (B2) beslist de arts of hij de handeling voor zijn specifieke dienst of ingreep al dan niet opdraagt. De arts is daartoe niet verplicht maar blijft vrij beroep te doen op de medewerking van de gespecialiseerde verpleegkundige; in dat geval moet hij zijn opdracht of ‘medisch voorschrift’ geven voor de afgesproken handelingen (mogelijk onder vorm van een staand order, zoals beschreven in art. 7quater van het K.B. 18 juni 1990).

De procedure wordt in elk geval opgesteld in overleg met de arts. Hierbij kan de delegatie gemoduleerd worden volgens de sector en de specifieke opleiding van de gespecialiseerd verpleegkundige (operatief, instrumenteren, anesthesie, ontwaakafdeling, …).

De uitbreiding van bevoegdheid naar ‘perifere’ diensten als raadplegingen heeft niet de bedoeling dat verpleegkundigen autonome raadplegingen opzetten. Ze moeten er wel in correcte professionele en juridische voorwaarden de afgesproken handelingen en technieken kunnen uitvoeren. Zoals beschreven is het staand order hiervoor vaak een juridisch passende vorm.

Het inschakelen van gespecialiseerde verpleegkundigen is niet bedoeld als substitutie van een reële of vermeende penurie aan artsen (- specialisten). Zij blijven een kwalitatieve ondersteuning van de gespecialiseerde medische praktijk zonder deze te vervangen.

 

Juridische formulering

In het Koninklijk besluit van 18 juni 1990 houdende vaststelling van de lijst van de technische verpleegkundige verstrekkingen en de lijst van de handelingen die door een arts aan beoefenaars van de verpleegkunde kunnen worden toevertrouwd, alsmede de wijze van uitvoering van die verstrekkingen en handelingen en de kwalificatievereisten waaraan de beoefenaars van de verpleegkunde moeten voldoen, wordt in artikel 7bis een derde paragraaf ingevoegd, die luidt als volgt : “ §3.

De verpleegkundigen die houder zijn van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de perioperatieve zorg zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 27 september 2006 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwaamheden voor de beoefenaars van de verpleegkunde, mogen de in bijlage IVbis van dit besluit vermelde technische verpleegkundige verstrekkingen uitvoeren in de raadplegingen chirurgie en anesthesie (incl. pijnkliniek) en chirurgische privéklinieken en praktijken, op voorwaarde dat de arts tijdens de uitvoering van de handelingen aanwezig is in de raadpleging of praktijk, en in de erkende functies

Operatiekwartier omvattende de opvangruimtes, de operatiezalen, de ontwaakzalen, PAZA, de pijnkliniek, de ambulante chirurgie en de hooggespecialiseerde diensten voor invasieve technieken, diagnose en therapie. Uit een verpleegkundig dossier, dat enkel door deze beoefenaars van de verpleegkunde mag worden samengesteld en aangevuld, moet blijken dat aan de voorschriften van dit artikel is voldaan.”

bottom of page